Koen Brack, Trani en Napoli
Het is eind april, één van mijn grote wensen gaat uitkomen. De kaarten voor Napoli-Palermo zijn binnen en ik ben zo blij als een kind. Urenlang was ik thuis in Leeuwarden bezig geweest om kaarten te krijgen voor de wedstrijd, maar het was me niet gelukt. Niet geheel onlogisch, zo bleek toen ik om me heen keek op het grote plein voor het San Paolo stadion. Op de met graffiti volgespoten muren, was naast de hamer en sikkel en de vele anti-fascisme teksten, vaak te lezen: NO ALLA TESSARA. Oftewel, NEE TEGEN DE CLUBKAART. In Italie zijn ze niet zo blij met de Italiaanse versie van de clubkaart. Gezeik vinden ze het. "Not good, very bad," sprak de kaartverkoopman vanachter zijn met tralies en keihard plastic bedekte raam. "But much criminality here," was volgens de kaartverkoopman wel een goeie reden voor het instellen van de Tessara.

De kaarten waren binnen en dus kon ik de vakantie met gerust hart voortzetten. Lisette, mijn vriendin, had nogal veel chagerijn van mij moeten aanhoren, maar was nu ook opgelucht dat ik met een brede grijns in de metro terug naar het Piazza Garibaldi zat. We waren onderwerg naar het Centraal Station. Om daar dus de bus te pakken naar Trani. Een kustplaatsje aan de Adriatische kust. Voor Lisette een schilderachtig, pitoresk plaatsje. Daar waar we heerlijk konden genieten van de zon en het goede Italiaanse leven. Voor mij vooral ook de plaats van Fortis Trani, de ploeg van Koen Brack, een ploeg uit de Serie D. Koen ken ik nog van zijn tijd bij Cambuur. Vijf seizoenen speelde Koen vooral in de donkere kelder van de Eerste Divisie. Een voetballer met een fraaie traptechniek en een speler die opvallend veel scoort voor een verdediger. Maar vooral een voetballer die opvalt door zijn sympathieke interviews. In Koen zijn eerste jaren bij Cambuur, gaat het in Leeuwarden vooral over de financiële malaise. De club dreigt zelfs te verdwijnen. Koen staat echter elke keer weer de pers te woord en valt op bij de supporters en wordt een publiekslieveling. Pas in zijn laatste jaar komt promotie echt in de buurt. Na winst op Zwolle is Roda JC de tegenstander. Na de 0-0 in Leeuwarden, kan de beslissing vallen in Kerkarde. Er kan echter ook nog een derde duel komen. Het Europese systeem geldt nog niet en een gelijkspel betekent een beslissingsduel. Roda JC komt op 1-0, maar speelt met tien man door een rode kaart van Marcel Meeuwis. Cambuur gaat op zoek naar een gelijkmaker en lijkt een penalty te krijgen. Koen wordt in het strafschopgebied onderuit gehaald, maar scheidsrechter Nijhuis beoordeelt het, geheel onterecht, als een schwalbe. Koen had al geel en krijgt zodoende zijn tweede gele kaart en dus rood. Woest is ie, vooral als ie beseft dat dit zijn laatste wedstrijd voor zijn inmiddels zo geliefde Cambuur zal zijn. Cambuur zet wel door en Mark de Vries scoort tien minuten voor tijd de 1-1. Cambuur is zelfs nog dichtbij winst, maar Jeffrey de Visscher schiet keihard op de lat. Het blijft 1-1 en er komt een beslissingsduel. Door het uitgescoorde doelpunt van Cambuur, wordt de wedstrijd gespeeld in Leeuwarden. Maar zonder Koen. Op de redactie besluiten we om Koen tijdens de wedstrijd op de tribune te volgen en ik ben degene die dat mag doen. Het wordt een historische avond.

Voor het stadion spreken we met Koen af. Voor mijn werk kom ik vooral bij Heerenveen. Ik deed wel eens een training en had dus wel eens met Koen gesproken, maar goed kenden we elkaar niet. Vaak komt het voor dat spelers geen trek hebben in dergelijke reportages, maar Koen vindt het geen probleem. Hij neemt ons mee naar zijn plek in het stadion en stelt ons voor aan zijn broer en zijn ouders die ook speciaal voor Koen zijn overgekomen om Koen te steunen. Claudia is er ook, de Italiaanse vriendin van Koen. Claudia werkt bij Cambuur, ze doet de merchandise. Op de tribine is bijna geen plaats, het stadion zit bomvol. Ik neem plaats op de trap, naast Koen en Claudia. Achter ons zit de rest van de familie. Koen is zenuwachtig, of beter: bloednerveus. Hij wil zó graag afscheid nemen van zijn Cambuur met promotie. Hiernaar vertrekt hij met Claudia naar Italië om zich waarschijnlijk daar definitief te vestigen. Het wordt één van de meest bizarre wedstrijden die ik ooit heb gezien. Het spel golft heen en weer. Dan is Cambuur beter, dan neemt Roda het heft weer in handen. Voor rust komt Cambuur op 1-0 door een goal van El Khalifi. Cambuur controleert de wedstrijd, de Limburgers krijgen nauwelijks kansen. Koen veert op en is woest als Cambuur geen penalty krijgt, waar het misschien wel recht op had. "Weer een scheidsrechter tegen." Maar Cambuur lijkt het te gaan halen. Net als er een kleine glimlach komt op het gezicht van Koen, valt de goal dan toch. Vijf minuten voor tijd maakt Bodor 1-1. Verlenging. En Roda wordt beter, ze gaan er in geloven. Hadouir, de hele wedstrijd niet gezien, schiet vanaf 25 meter de bal naast keeper Van der Vlag: 1-2. Het sprookje lijkt over. Maar kort voor tijd krijgt Cambuur een penalty. Een dubieuze penalty, want Delorge krijgt de bal per ongeluk op zijn hand. Koen houdt het niet meer. Normaalgesproken is hij de man van de penalty's. Maar hij staat niet op het veld. Hij had zo belangrijk kunnen zijn voor zijn ploeg, maar hij mag niet. Micheal Janssen moet het doen. Achter de goal op de MI-Side worden fakkers afgestoken. Koen zucht, steunt, kreunt, knuffelt met zijn vriendin, houdt zijn handen voor zijn ogen en durft niet te kijken als Janssen de penalty neemt. Janssen scoort en Cambuur is nog in de race. Claudia huilt, van de spanning, van al die emotie's. Hij heeft het niet meer. Penalty's moeten de beslissing maken wie er volgend jaar in de Eredivisie speelt. Koen gaat van de tribune af en loopt via de gracht naar de spelerstunnel. Hij komt daar samen met andere spelers die niet konden spelen. Vanuit de spelerstunnel is het zicht slecht. Koen en reserve-keeper Ale Geert de Vries staan vooraan. Hun handen omarmen de tralies van het hek waar ze achter staan. Micheal Janssen mag als eerste. Zo net was ie de held, nu de schlemiel. Hij mist. Roda komt op 2-1, als ook Bodor mist voor de Limburgers. El Khalifi, die de club ook verlaat, kan Cambuur op 2-2 brengen, maar ook hij mist. Lachambre schiet Roda naar een 3-1 voorsprong. Dan Mark de Vries, de spits die eerder in de play-offs zo belangrijk. Mark de Leeuwrder luidt zijn bijnaam. Held van beroep. Zekerheidje. Maar nee, zijn slappe inzet wordt gekeerd door Castro. Geen promotie voor Cambuur. Het hek gaat open en Koen valt in de armen van zijn teamgenoten. Eerst is hij vooral bezig met het troosten van spelers, zoals Mark de Vries. Daarna is er een moment dat hij alleen is. De cameramam gaat mee het veld op en ziet een emotionele Koen. Pas later, als ik terug ben op de redactie, kijk ik de beelden terug. Eerst alleen. Ik zie hoe Koen de tranen niet kan bedwingen. Door het zendertje dat hij nog steeds draagt, is het gesnotter goed te horen. Het is een emotioneel gezicht: een volwassen, een voetballer notabene, die huilt als een kind dat net afscheid heeft genomen van zijn zo'n geliefde hondje. Koen loopt langs de tribunes. Zwaait naar zijn fans, die massaal zijn gebleven om afscheid te nemen. Koen zwaait, maar blijft huilen. Eén van zijn maatjes en teamgenoot Chris de Wagt komt hem troosten: "Kop op Koen, wees trots op jezelf. Ik ben trots op je. Kijk terug op die geweldige tijd die we hier gehad hebben. Denk al dat moois dat we samen meegemaakt hebben. Vergeet dat niet. Vergeet dat nooit!" En Koen krijgt een aai over zijn bol. Ik haal de tape weer uit de computer en merk dat ook ik waterige ogen heb gekregen. Collega's merken het en bekijken ook de beelde. Volwassen mannen die vechten tegen de tranen; het is een mooi gezicht.

Februari 2012 zeg ik tegen mijn vriendin: "Ik wil naar een wedstrijd van Napoli. Ik kan een vriend vragen mee te gaan of jij kunt meegaan." En zo geschiede. Vooral via Twitter heb ik contact gehouden met Koen en ik besluit hem te mailen met tips over de stad Napels en of hij weet hoe ik aan kaarten kom voor Napoli. "Als je komt, moet je ook hier komen, in Trani. Het is hier schitterend." En zo kan het dat we twee maanden later in de bus zitten door de binnenlanden van Zuid-Italië. Na een reis van drie uur door de met olijfbomen en wijntakken gevulde velden, komen we bij de Adriatische zee en het dorpje Trani. Halte is Via Campo de Sportivo, oftewel het stadion van Fortis Trani. Koen en zijn vriendin Claudia staan ons al op te wachten. Samen lopen we naar het bed and breakfast, waar we vier nachten zullen slapen. 's Avonds spreken we af in een restaurant waar ik leer dat Italiaanse mozzarella echt compleet anders is dan in Nederland. We praten over het leven in Italië, de trouwplannen van Claudia en Koen (waar 350? gasten zullen zijn, die voornamelijk bestaat uit de familie van Claudia), maar vooral toch ook het voetballeven van Koen in Italië. De eerste twee seizoenen speelt hij in de Serie D, in Girone E. De Serie D is het vijfde niveau van Italië. Een niveau dat weer verdeeld is in negen regio's, van A t/m I. Koen speelde eerst voor Atessa Val di Sangro, in Girone F. In de regio Umbrië, Abruzzen, Molise en Marche. Een regio ter hoogte van Rome, maar dan voornamelijk langs de Adriatische Zee, de oostkust van Italië. Koen eindigt met Atessa het eerste seizoen als derde, maar dwingt net geen promotie af. Na twee seizoenen lonkt een andere competitie. Nog wel in de Serie D, maar dan in Girone H. Bijna in de hak van Italië. Koen kiest voor Fortis Trani. Maar ook voor de regio van de Camorra, van de Napolitaanse Maffia. Een organisatie die nog altijd invoed heeft in deze regio. Maar Koen wil eens wat anders. Trani is mooi en het goede leven lonkt. Koen maakt een goeie deal met El Presidente, zoals de voorzitter (vaak ook de suikeroom) van een club uit het Italiaanse voetbal genoemd wordt. Voetballers uit de Serie D krijgen minimaal 750 euro per maand. Maar eigenlijk is alles wat ze daarboven krijgen zwart. Soms in de vorm van een auto, een keuken of een huisje, soms in de de vorm van beloofde geldbedragen. Claudia en Koen verhuizen naar Trani en krijgen een appartement vlakbij de fraaie boulevard. Een schitterende locatie, maar het is niet erg groot. Het bestaat uit een bed, een badkamer, een keuken en een eettafel en dat alles in één ruimte. Prima, maar niet iets wat je verwacht van een profvoetballer. Maar het meeste vervelende voor een fulltime-voetballer komt nog: het appartement dat El Presidente Koen aanbiedt, is boven een pub. Een pub waar bijna de hele week bezoekers zijn en waar de gasten buiten roken. Juist, net onder het balkon van Koen en Claudia. Als Koen El Presidente confronteert met het feit dat hij zaterdagnacht tot drie uur niet heeft kunnen slapen en daardoor zondags niet bepaald uitgerust op de club komt, is het enige antwoord dat El President geeft: "Het went wel."

El Presidente is ambitieus. Met dit team kan Trani promoveren. Hij belooft de supporters een mooi seizoen. Koen speelt in eerste instantie wel zo zijn wedstrijdjes. Maar hij raakt geblesseerd. Hij is maanden uitgeschakeld. Als hij weer fit wordt, speelt ie niet altijd meer in de basis. De serie D wordt gezien als een opleidingsinsitituut en daarom krijgen jonge spelers meer speeltijd. De voetbalbond bedenkt zelfs de volgende regel: elk team moet spelen met één speler van 18, twee van 19 en één van 20. Doordat een groot deel van de selectie tijdens het seizoen is veranderd, bestaat de verdediging vooral uit jonge spelers. En dat is niet bepaald in het voordeel van de 30-jarige Koen. Daardoor kan het voorkomem dat hij niet speelt.
De selectie heeft gedurende het seizoen een metamorfose ondergaan. Sterker nog, er zijn aan het einde van het seizoen nog maar een paar spelers over die er in het begin ook bij waren. Het heeft vooral te maken met geld. Koen en zijn teamgenoten hebben al vier maanden geen salaris meer gekregen. En aangezien het geen vetpot is, kiezen spelers voor een andere oplossing. Die 750 euro hebben de meeste spelers wel recht op, maar alles wat ze daar boven horen te krijgen, is vaak niet vastgelegd. Vaak kunnen ze fluiten naar hun geld. Koen heeft het vast laten leggen en hoopt zo via de bond alsnog wel zijn geld te krijgen, maar de meesten zijn kansloos.
Trani speelt een slecht seizoen. Pas drie wedstrijden voor het einde van het seizoen spelen ze zich veilig. Wij bezoeken de laatste thuiswedstrijd van het seizoen. De laatste competitiewedstrijd een week later is in Scampi, de gevaarlijkste wijk van Napels. Koen is blij dat die wedstrijd nergens meer over gaat. Deze middag spelen ze tegen Martina Franca, de nummer twee van de competitie en nog in strijd om het kampioenschap. De laatste wedstrijd spelen ze namelijk nog tegen de nummer één Sarnese. Het verschil is slecht twee punten, dus Martina Franca heeft het nog in eigen hand.
Samen met Claudia lopen we naar het stadion. Koen moest 's ochtends om tien uur al een bord kale, droge pasta achter overslaan en is in het stadion. Het stadion ligt net naast de snelweg en bestaat uit één grote zittribune langs de lange zijde. Aan de andere kant, net tussen het veld en de flatgebouwen erachter, staat een vrij grote staantribune. Vandaag is die zo goed als leeg. De fanatieke supporters van Trani komen niet. Ze zijn kwaad. De supporters van de tegenstander, zo'n 500 in totaal, nemen plaats achter de goal. Daar waar normaalgesproken de fanatieke aanhang van Trani staat. En dus zijn ze boos. Ik beeld me in dat er toch wel sprake is van een soort van tifosi, een harde kern. Als we aan komen lopen, blijkt dat ook wel. Een groepje van zo'n dertig man kijkt ons verbaasd en tegelijkertijd boos aan. Ze checken of we niet van de tegenpartij zijn. Of wellicht zogenaamde 'stillen', politieagenten in burger. Als we de groep tien meter zijn gepasseerd, hoor ik ze fluiten. Waarschijnlijk niet vanwege mij, maar door het vrouwelijk gezelschap waar ik mij in bevind. Als we richting de hoofdrribune lopen, zie ik een mam over een hek klimmen. Waarom zou je ook entree betalen als het ook gratis kan? Door een draaihek komen we het stadion binnen. Veel stelt het niet voor en dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik het schitterend vindt. Een stadion in verval, maar toch ook iets waar de plaatselijke aanhang trots op is. We nemen plaats op de zittribune. Achter ons zie ik een cameraman. Voor ons zitten een paar tieners. Twee er van hebben oordopjes in. Ze volgen de slotfase van de Serie A. Juventus kan kampioen worden, maar de jongens juichen bij de eerste goal van AC Milan. Eigenlijk hebben ze meer aandacht voor het verslag op de radio dan voor de wedstrijd waar ze naar kijken.

Koen verschijnt op het veld. Zijn ogen richten zich op de tribune op zoek naar ons. Als we oogcontact te hebben, schudt hij zijn hoofd en maakt hij een wegwerpgebaar. Koen speelt vandaag weer niet en neemt plaats op de bank. Zijn blik zegt genoeg. Hij is er klaar mee. Voor de wedstrijd gaf Koen al aan dat een seizoen bij deze club genoeg is voor een boek. De spelers komen het veld op. Gebroederlijk, zij aan zij. Wat wij op dat momemt nog Niet weten, maar wat we na de wedstrijden horen, is dat een paar tellenmvoor de opkomst beide partijen nog met elkaar op de vuist gingen. Een ploeggenoot van Koen had nog een rekening open staan van de heenwedstrijd. Een klein, gedrongen mannetje had hem zo geirriteerd, dat zou ie nu even gaan rechtzetten. Net nadat de scheidsrechter, overigens ook vaak omgekocht in Italië, de spelers oproept zich te verzamelen in de spelerstunnel, onmoeten beide teams elkaar voor het eerst. Zodra Koen's ploeggenoot zijn vijand tref, haalt ie uit. Met de volle vuist op zijn gezicht. Beide teams vallen over elkaar heen, inclusief de voorzitters van beide ploegen. Vloeken, tieren en schelden; op zijn Italiaans met de voor hun zulke typerende handgebaartjes. Na tientallen seconden, keert de rust terug. En zo kijken wij dus naar twee spelers die ogenschijnlijk in vrede het oplopen.

De wedstrijd staat op het punt om te beginnen. Het lawaai komt uit het vak van de bezoekers. 'Vaffanculo, bastardi,' schreeuwt er zo nu en dan een onverlaat een scheldwoord terug. De wedstrijd is niet op aan te zien. Het stereotypebeeld van Italiaans voetbal komt hier tot uiting. Het veld is bar en boos. Vooral bij het doelgebied is het een grote zandbak. Het spel speelt zich vooral af op het middenveld. De lijkt meer op een stuiterbal, zo vaak springt de bal heen en weer. Zodra de bal op de rand van een zestienmetergebied komt, veert het publiek op. Aanvallend voetbal zijn ze hier niet gewend, elke bal in de buurt van een goal, is blijkbaar al spannend. Fysiek sterk zijn de Italianen wel. Tecnhisch is het nog niet het niveau van een gemiddelde hoofdklasser, fysiek zal zelfs Jaap Stam nog bang zijn voor een gemiddelde laatste man van een Serie D-ploeg. Beide ploegen in de eerste geen enkele kans.

Voor de wedstrijd vraag Koen zich al af of ze een aanbieding krijgen van Martina Franca. De hele week was El Presidente al bij de trainingem geweest. Normaalgesproken deed ie dat nooit. Nu gaf ie elke dag het belang van deze wedstrijd aan. De laatste thuiswedstrijd van het seizoen, die dus nergens meer omging, móest gewonnen worden. Voor de eer. Voor de fans. Koen en zijn teamgenoten vertrouwden het niet. Koen schatte de kans hoog in, dat El Presidente een stimuleringsbedrag aangeboden heeft gekregen van de concurremt van Martina Franca, de huidige nummer één van de competitie. Iets wat overigens heel gewoon is in Italië en wat niet illegaal is. In de rust van de wedstrijd komt de aanvoerder van Martina Franca in de kleedkamer Trani. Ze bieden 25.000 euro voor het volledige team om de wedstrijd te verliezen. De ploeh twijfelt, Koen ook. Ze hebben tenslotte al vier maanden geen salaris gekregen en dit zou een hoop goed maken. Bovendien was er sportief gezien niks meer te halen en was er ook niet bepaald sprake van clubliefde. Toch doen ze het niet. Nog tijdens de wedstrijd biedt één van de spelers de keeper van Trani 25.000 euro. Alleen voor hem. Ook hij weerstaat de verleiding. Maar Trani komt wel met 1-0 achter. Eén van de schaarse kansen wordt benut. Met nog twintig minuten te spelen mag Koen aantreden. Hij lijkt toch weer hernieuwde energie te hebben gevonden om er nog wat van te maken. Net op het momemt dat Koen bij de middenlijn klaars staat om in het veld te komen, scoort Martina Franca de beslissende 2-0. Koen mag nog een dik kwartier aantreden op de rechtsbackpositie, maar de wedstrijd zit op slot. Martina Franca wint em viert dat uitgebreid met zijn supporters. Shirtjes gaan uit en worden in het publiek gegooid. De fans buitelen over elkaar heen om een shirt van de spelers te bemachtigen. Maar niet alleen de shirts gaan uit, ook de schoenen, sokken en broek gaan uit en over het hek. Zo onstaat een situatie dat we na elf half-naakte Italiaanse bonken staan te kijken. Tot groot genoegen van mijn vriendin overigens. Ook de spelers van Trani gooien hun shirts en broekjes in het publiek. Het is een traditie in de laatste wedstrijd van het seizoen. Als bedankje voor de steun.

Na de wedstrijd lopen we langs de klein omloop naar beneden. Een groepje van zo'n twintig man staat om één man heen. Het blijkt El Presidente te zijn. Hij wordt om uitleg gevraagd. De voorzitter staat druk te gebaren en transpireert als een otter. Zo nu en dan wordt ie onderbroken door een emotionele fan. Claudia adviseert me om maar door te lopen. Het kon nog wel eens onvriendelijk gaan worden. Buiten het stadion wachten we nog geen half uur, als Koen al naar buiten komt. Hij heeft zijn shirt meegenomen als souvenir voor ons. Het mag eigenlijk niet, maar dat kan hem weinig meer schelen. "Kom, we gaan genieten van een mooie avond en deze ellende van ons afzetten."
We lopen weer richting de fraaie boulevard aan het haventje van Trani. Na een korte siësta, spreken met Koen en Klaudia af bij een restaurant. Een teamgenoot van Koen gaat ook mee. Hij komt uit Stornarella, het stadje waar Klaudia ook vandaan komt. Ook hij is klaar met Trani. Het zou leuk zijn als ze voor volgend seizoen weer met zijn tweeën bij een nieuwe club gaan spelen.
Het leven naast het voetbal is goed in Trani. Het eten is heerlijk. De vers gevangen vis van die ochtend komt op tafel en de wijn smaakt goed. Koen is sowieso erg geïnteresseerd in wijn. Hij exporteert wijn en Italiaanse delicatessen naar Nederland onder de naam Eximius Vini. Bovendien heeft ie al enkele wijnproeverijen georganiseerd en is er een groep Nederlanders overgekomen die Koen en Klaudia begeleid hebben. Zo zijn Koen en Klaudia al bezig met het leven na het voetbal. "Het voetbal heeft me heel veel gebracht, maar het leven is hier zo goed, dat ik het voetbalwereldje in Nederland niet mis. Ik ben hier zo goed opgevangen, ken de taal goed en het voelt hier als thuis. Tuurlijk, ik had graag nog in de Eredivisie willen spelen met Cambuur of op een wat hoger niveau gespeeld. De sportieve uitdaging is nu wel wat minder. Maar het is goed zo."

Het eten is op en we mengen ons in het feest. Het toeristische seizoen is geopend en dat wordt gevierd met een straatfestivalletje. Het wordt nog laat die avond. Het mag ook, Koen en zijn ploeggenoot zijn morgen vrij. Sterker nog, ze weten niet of ze deze überhaupt gaan trainen. Waarom zouden ze? Het seizoen is op één wedstrijd na afgelopen en salaris krijgen ze toch niet. Als ze later die avond nog een paar ploeggenoten tegenkomen, betrekt het gezicht van Koen. Als ze uitgesproken zijn, vertelt Koen: "Nu blijkt dat de voorzitter al deze week een bod van 30.000 euro heeft gekregen van Sarnese." Dat is de ploeg die kampioen kon worden als Fortis Trani zou winnen. "Daar word je toch gek van? Daarmee had ie een deel van ons kunnen betalen. Het is maar goed dat we hier straks weggaan." De volgende dag moeten Koen en Klaudia uit hun appartement. En dat terwijl Koen geacht wordt nog een week te blijven, omdat ze nog één competitiewedstrijd moeten. "Waar ik dan slapen moet? Dat mag ik zelf uitzoeken. We gaan nu naar Klaudia haar ouders en dan zie ik wel of ik kom trainen."
Nog een aantal jaartjes en dan willen Koen en Klaudia een bed and breakfast beginnen. Deze zomer gaan ze trouwen. Het leven lacht Koen tegemoet. "Deze zomer trouwen en het weer is hier altijd heerlijk. Eerst nog één ding: overleven in de gevaarlijkste wijk van Italië, Scampi in Napels."